21 juli 2016

_DSC0279Biep biep! De Villo-fiets mag uit zijn staander worden bevrijd. De zon schijnt op deze Nationale Feestdag en de straten zijn leeg. Ik heb zin in de tocht naar het centrum. Dagelijks vind ik het onbegrijpelijk dat er bij de heraanleg van het Simonisplein geen fietspad werd voorzien, maar ook daar is het vandaag zo kalm dat ik er zonder gevaar kon fietsen. Even later brengt het heerlijke fietspad langs het kanaal me naar de Dansaertstraat.

Er zijn veel fietsers vandaag, meer dan anders. We zouden onze plaats als fietser moeten opeisen in deze stad, ook op dagen dat er meer verkeer is. Als we zouden beginnen met één vaste dag in de week, dinsdag bijvoorbeeld, waarop we afspreken dat iedereen die enigszins in de mogelijkheid is, zich met de fiets te verplaatst? En we maken fluojasjes, niet van die wijde lelijke dingen in geel of oranje maar hippe jasjes in het groen en we drukken er “dinsdag op de fiets/mardi à vélo” op zodat iedereen die deelneemt aan de actie, herkenbaar is? Fietsend fantaseer ik over een betere stad.

Bij de Villo-standplaats in de Dansaertstraat is er zelfs plaats om te parkeren. Ik haast me naar Passa Porta. Heerlijk toch, een boekenwinkel die bijna alle dagen van het jaar open is? De lichten gaan net uit, maar ik kan nog het boek kopen waarvoor ik gekomen ben: “Een klein leven” van Hanya Yanagihara. Het is een dik boek voor een klein leven, 750 blz. Het schijnt heel aangrijpend te zijn. Graag zou ik het uit hebben tegen 6 oktober, dan komt de auteur naar Passa Porta.

Met het boek ga ik zitten op het terras van De Markten. Het is er rustig. Zijn de mensen bang om buiten te komen, na de aanslag in Nice op de Nationale Feestdag? Of zijn ze met vakantie? Twee militairen, het machinegeweer over de schouder, wandelen voorbij. Ook Arno waakt over ons, hij zit op zijn vaste plek, tegen het raam van de Payon Royal, met een grote groene spruitsticker van de “Sprout to be Brussels”-campagne boven het hoofd. Als een patroonheilige van de Brusselaars. “De zestigers, zoals mezelf, hebben niets meer te zeggen. Wij zijn met pensioen. Het zijn mensen van veertig en vijftig die de macht hebben. Ik zeg niet dat ze zo conservatief zijn, maar ze laten dingen gebeuren waartegen gereageerd moet worden,” zei hij gisteren in de krant. Ik behoor tot die generatie, die dingen laat gebeuren. Ik wil graag reageren. Maar hoe? Buitenkomen, actief deelnemen aan het leven in deze stad, oog hebben voor de mensen om ons heen, gesprekken aangaan – dat is een begin. Dat kunnen gepensioneerden trouwens ook.

Mijn lief is aangekomen, we verhuizen naar de Monk, waar de bediening beter is. Ook hier zit bijna niemand. Twintig jaar geleden vierden we hier de ondertekening van ons eerste huurcontract in Brussel, het was toen nog een echt bruin café. Gelukkig is het altijd een bruin café gebleven. De koffietafel voor mijn begrafenis mag hier worden gehouden, graag met goeie knapperige pistolets, in het zaaltje achteraan dat vroeger het feestzaaltje was en waar mensen nu dagelijks aanschuiven voor de heerlijke spaghetti, de ene keer een klassieke bolognaise, de andere keer met pickles of jenever.

Maar die koffietafel is voor later. Vanavond mosselen bij Den Boer, nog een Brussels instituut. Achteraan zit een oude man in zijn eentje te smullen, een tafel verder zit een oud koppel met hun zoon van vijftig die nooit uitvloog, naast ons beleeft een vrouw een blije reünie met een Amerikaanse vriendin. Verder heerst ook hier kalmte.

_DSC0271Na de maaltijd wandelen we naar ijssalon Gaston. Ik zal het ijs van de knorpot van Comus en Gastera, die altijd alle tijd van de wereld had, voor eeuwig missen, wanneer ik deze mensen met een businessplan bezoek. Maar het ijs van Gaston is ook heel lekker, we likken ervan op de ramblas van de Handelskaai. Daar zit een groepje oudere Marokkaanse vrouwen te praten. Een van de vrouwen zit in een bordeaux rolstoel, haar vriendin draagt een hoofddoek in dezelfde kleur. Een mooi duo. Hoog boven ons hoofd, op het dak van een appartementsblok, wappert een Belgische vlag. Weinig vlaggen hangen nog uit op deze dag, spijtig, ik zie hen graag in al hun variaties aan verschillende façades.

We nemen de metro naar het Elisabethpark. Bij Bar Elisa speelt Hussein Rassim op zijn luit. Mensen dansen, er is ambiance. Alle nationaliteiten, arm en rijk, buurtbewoners en mensen van verder zitten hier door elkaar, van de bourgeois tot de clochard. Samen vieren we de Nationale Feestdag.

Deze plek maakt mijn zomer goed. Het is een oude droom van me, dat het bouwvallige paviljoentje in dit park tot ontmoetingsplek zou omgetoverd worden. Dat ook in andere parken mensen weer meer zouden samenkomen. Het is mooi dat ook in deze verwarrende tijden nog dromen in vervulling gaan.

_DSC0348Rond tien uur vertrekken we in de avondschemering. Onderweg zien we op de stoep een kast met daarop een nachtkastje staan wachten op Net Brussel. We bekijken het nachtkastje aandachtig. Mits wat schuurwerk en een laag witte lakverf wordt het weer mooi. Boven ons hoofd komt een man door zijn raam kijken, hij heeft ons gehoord. “On peut l’emporter?” vragen we. “Bien sûr!” Je ziet dat hij blij is dat het nachtkastje, dat misschien nog aan zijn grootmoeder toebehoorde, een nieuw leven krijgt.

Mijn lief tilt het nachtkastje op zijn schouder. Zo wandelen we naar huis.

Advertenties

Een betere wereld

Een vrijdagochtend in juli, de rustigste periode van het jaar, bijna iedereen is nu met vakantie, we stappen op bus dertien, het is er lawaaierig, een peuter jengelt en een man kijkt zonder oortjes naar een gewelddadig filmpje op zijn smartphone, een grijzende man in wit t-shirt en zwarte kostuumbroek, met blinkend zwarte puntschoenen staat onverstoord te lezen, ik zou graag weten wat hij leest, zegt mijn lief, ik denk dat er een wapen op de kaft staat, de woorden “Petit manuel” kunnen we lezen, misschien is het een handleiding wapens maken en moeten we nu de politie bellen, maar we staan te ver van hem af en de kaft is niet goed zichtbaar, in Simonis stappen we over, de man ook, we zouden hem kunnen schaduwen zeg ik, maar het is niet nodig, we stappen vooraan op de metro en hebben geluk, de man zit daar verder te lezen, we gaan aan de andere kant van het gangpad zitten, nog steeds kunnen we de titel niet zien, tegenover hem komt nu een jonge vrouw zitten met haar zoontje van vijf en haar dochtertje van drie, die gaat naast de man zitten en buigt zich meteen voorover om te zien welk boek  hij leest, het moet amusant zijn want hij glimlacht licht, ineens lezen we “Petit manuel de la transition”, mijn lief zoekt het op op zijn smartphone, het omslagontwerp is erg mooi en laat me denken aan de Marabout Flash-boekjes uit de jaren ’60 die ik verzamel, “L’Encyclopédie de la vie quotidienne”, ook het boek van de man heeft een ondertitel: “Pour tout celles et ceux qui aimeraient mais doutent qu’un autre monde soit possible”, nu zou ik hem moeten aanspreken, vragen of hij gelooft in een betere wereld en hoe hij deze zou willen realiseren, maar ik durf niet, een zwaar bewapende militair stapt op en komt pal voor me staan, ik schrik, het went niet, wie zegt dat hij mij beschermt en me straks niet neerknalt?