Weerzien

Enkele dagen geleden nog heb ik aan haar gedacht. Na al die jaren mis ik haar nog steeds heel erg, bij vlagen. Ons afscheid was heel plots geweest. Onze band heel innig. Mijn intiemste zielenroerselen had ik haar toevertrouwd. Tot zij moest vertrekken.

Nu staat ze hier na vijfendertig jaar opnieuw voor mijn neus. De tijd heeft ook haar niet helemaal gespaard. Maar ze straalt nog net als toen. Ik raak haar aan, ze voelt nog zo vertrouwd. Ik weet nog precies hoe zij beweegt, hoe ze klinkt. Ik heb haar in mijn vingers.

Ik zou kunnen verdergaan waar ik was gebleven. Met het spelen van de partituur van mijn leven. Zonder enige aarzeling breng ik haar slede in beweging, druk ik lukraak een toets in.

Waarom moest ze vertrekken?  Haar tijd was voorbij, ze moest plaatsmaken voor een nieuw elektrisch exemplaar. We kregen korting op de aankoop van een nieuwe als we onze oude inleverden. Zij was zoveel meer waard dan wat we voor haar kregen. Dus was ze weerloos. Ik heb nog geprotesteerd, maar ik begreep het ook. Ik begreep zó veel.

Op de nieuwe elektrische machine typte mijn vader de eindverhandeling van mijn moeder. Na jaren huisvrouw te zijn geweest, was zij aan de universiteit gaan studeren. Niet veel later behaalde ze haar diploma. Ik was trots op haar.

De elektrische typemachine ging niet lang mee. Al snel kwamen computer en printer in de plaats. Ik kon niet ontkennen dat ze handig waren. Maar nog geregeld voelde ik verdriet om de verloren rode Olivetti Valentine waarop ik vele brieven had geschreven.

Nu staat ze hier ineens voor me, op het Vossenplein. De kans is klein dat het écht mijn typemachine is. Maar dat maakt weinig verschil. Ik probeer me te herinneren waarom ze enkele dagen geleden nog door me heen is gegaan. Ik weet het niet meer.

Remco Campert schreef ook op een Valentine, misschien nog steeds. In een krant van 2006 had ik hem achter zijn rode machine gezien. Er bestaat een zwart-witfoto van rond 1970, waarop de schrijver bij een voetgangerslicht wacht, met zijn typemachine in het bijbehorende koffertje. ‘My funny Valentine’ – Remco Campert was niet zomaar een grote fan van Chet Baker.

Ik vraag de verkoper wat de machine kost. Ze is betaalbaar maar ook niet goedkoop. Ik wandel weg en denk na. Ik zal de machine niet of nauwelijks gebruiken. Ik zou ze moeten kunnen uitstallen op mijn bureau en dagelijks bewonderen, maar waar ga ik mijn laptop dan laten? Ik ga haar toch niet kopen om op zolder te zetten? Zou ik er nog op kunnen typen? De linten zijn nog verkrijgbaar, zie ik op mijn telefoon. Ze zijn tweekleurig, vroeger typte ik er zwarte en rode letters mee. De linten zijn zo duur als een inktpatroon voor een printer.

Het doet er allemaal niet toe. Ik heb de kans om een oude pijn te verzachten. Wil ik dat? Leed hoeft niet altijd bestreden te worden, het hoort bij het leven. Maar als ik vandaag de machine niet koop, voeg ik misschien een extra portie pijn toe. Spijt om de gemiste kans. Kan dat er nog bij? De gedachten tollen door mijn hoofd. Ik moet ze opschrijven. Misschien kan ik de machine dan hier laten.

Bijna struikel ik over twee andere typemachines: een zwarte en een lichtblauwe. Zo gaat het altijd op het Vossenplein: als je iets ziet, dan is het ineens overal. Vergieten, paraplu’s,  elektrospellen, kerststallen, wereldbollen: eerst zie je er één, en vervolgens lijkt het hele plein er vol van. Deze twee machines zijn ook mooi. Onze printers belanden na gebruik bij het schroot en niet tussen de antiquiteiten. Waarom moet alles toch efficiënter, lelijker en minder duurzaam worden?

Ik sta terug voor de Valentine. Ze is er nog. De verkoper zegt dat de prijs niet te hoog is. De kans dat ik kan afdingen is klein, en dan nog zal ze duur zijn. Ik kijk in de koffer van de typemachine. Ik diep er een klein langwerpig boekje uit op. De verkoper neemt het me meteen uit handen. Het is fragiel, voorzichtigheid is geboden. Hij zegt dat hij lang geleden veel Valentines heeft verkocht. Maar nooit zat de gebruiksaanwijzing erbij. Hij toont me het boekje. ‘C’est très rare, une machine Valentine avec le mode d’emploi’. Une machine Valentine, dat rijmt mooi in het Frans. Behoedzaam steekt hij de gebruiksaanwijzing weer weg.

Dan pas zie ik het. Ik heb er niet aan gedacht toen ik enkele jaren geleden een naam zocht voor mijn blog. En ook nadien heb ik het nooit beseft. De Valentine zit in een rode valies.

De foto van Remco Campert met de Valentine vind je op pagina 2 van  het prachtige krantje dat antiquariaat Demian over Campert uitbracht.

In dit artikel van NRC zie je de schrijver achter zijn machine zitten in 2006.