Woorden

Van ver zie ik hen al, op de rug, achter het raam van het café. Zij aan zij. Zij een geruit kleedje, hij een gebloemd hemd. Ik maak een foto van het gelukkige moment waarop zij nog niet zien dat ik er al ben.

Dan ga ik het café binnen. ‘Je bent net op tijd, het is aan jou,’ lachen ze. Nog voor ik mijn vrienden kan begroeten, kussen, vragen hoe het gaat, nog voor ik kennis heb kunnen maken met de mij onbekende derde persoon aan de tafel, moet ik 7 letters uit het zakje pakken en een woord maken.

Op het spelbord ligt al ‘plug’. Ik heb geen goede letters, weinig klinkers. Na even zoeken leg ik ‘deun’. Een mooie start van de muziek die we hier samen zullen maken. Nu is het aan mijn buur, de vrouw die ik nog niet ken. Later zal ik tussendoor fragmenten van haar levensverhaal horen: aan zee geboren, in Charleroi gewoond, dan in Brussel, jaren in Parijs, nu terug in Brussel. Ze scrabbelt ook goed in het Frans, vertelt ze.

De woorden die we leggen zorgen voor gespreksstof. De vriend die het woord ‘zeilen’ maakt, is jaren zeilinstructeur geweest. Dat wist ik nog niet.

‘Bestaat onblij?’ vraagt de vriendin. We denken het niet, zoeken het op. ‘Ik ben onblij dat onblij niet bestaat,’ zegt ze. We begrijpen dat het onvrij voelt om onblij niet te mogen leggen. Misschien kunnen we neologismen toelaten? Twintig bonuspunten voor elk goed neologisme?

Een nieuw groepje scrabbelaars komt, recht van het werk, aan de tafel naast ons zitten. Onder hen de drijvende kracht achter dit initiatief. Ze lanceerde een oproep in de facebookgroep ‘Durf te vragen in Brussel’. ‘Wie speelt graag Scrabble en wil een cafégroepje beginnen? Een of twee keer per week in verschillende cafés een echt spel spelen met ’n goeie pint bij?’

Ik ben de verliezer van het eerste spel. Het verbaast me niet. Ik heb mijn score niet in de gaten gehouden. Ik leg woorden omdat ik ze mooi vind, of om de anderen te helpen. Om het spel naar boven, beneden, links of rechts uit te breiden. Ik moet wat meer aan mezelf denken. Eigenlijk is dit een soort persoonlijke coaching, zeg ik lachend: de ene speelt om wat meer energie te krijgen, de andere om te leren zich niet af te laten leiden, de derde omdat ze niet graag wint. Het tweede spel zet ik in met het woord ‘vuist’. We lachen.

Elk woord heeft een klankkleur, een lading, een connotatie. Ik leg het woord ‘sneeuw’. Het is een hete dag. ‘Wat sneeuw zou welkom zijn,’ zegt de vriendin. Even later maakt ze er ‘sneeuwe’ van. ‘Kan dat?’ ‘Ja hoor, als een wens: ‘dat het sneeuwe’. Aan de tafel naast ons weten ze ons te zeggen dat dit de aanvoegende wijs is.

Ik zoek het op. De aanvoegende wijs komt in spontaan hedendaags taalgebruik zelden voor. Ze is vooral nog gangbaar bij ‘mogen’ en ‘leven’. In ‘lang leve’ of ‘moge hij rusten in vrede’. ‘Moge het sneeuwen’ zou logischer zijn. Ach, we keuren het goed. ‘Let it snow, let it snow, let it snow!’

Op mijn letterhouder staan de letters EE ANGEN. Tal van woorden wellen in me op: behangen, belangen, verlangen, gevangen, bang. Uiteindelijk maak ik ‘bevangen’. Zo voelen we ons door de hitte van de laatste dagen.

Een schoolkameraad van dertig jaar geleden komt het café binnen. Hij herkent me meteen en lijkt totaal niet verrast me te zien. Hij sluit aan bij de groep naast me. Af en toe, wanneer ik me verveel omdat een speler aan ons bord veel bedenktijd nodig heeft, werp ik een blik op hun bord. Hun spel oogt heel anders dan het onze. Een beetje dicht gecementeerd, alle woorden plakken aan elkaar. Bijna geen vrije ruimte.

Ik vertel mijn gezelschap dat Remco Campert en zijn vrouw dagelijks scrabbelden. Er bestaat een mooie foto van hen aan de speltafel. Ik zoek hem op. Het is een foto van Martin Dijkstra, bij een interview in Vrij Nederland uit 2021. Zijn vrouw Deborah Wolf zegt hierin: ‘Woorden blijven belangrijk voor onze relatie. Als je lang bij elkaar wilt blijven, is Scrabble nog net even belangrijker dan seks.’

We lachen. In elk geval is dit samenzijn in levende lijve toch veel leuker dan een partijtje Wordfeud. Of een beetje chatten via whatsapp.

‘Zullen we Chinees gaan eten?’ stellen de vrienden voor na afloop van de tweede partij. Ik antwoord dat ik ’s ochtends tabouleh heb gemaakt, die thuis in de koelkast wacht. ‘Tabouleh, acht letters, een mooi scrabblewoord,’ reageert de vriendin. ‘Met 50 bonuspunten!’

Wie weet de volgende keer. Het smaakt naar meer. Mogen we nog lang samen scrabbelen.

Advertentie

2 gedachtes over “Woorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s